Opinie: Breed voor de middelmaat, disciplinair voor de top

EUC Erick FeckenFoto: Erasmus University College (Beeldbank EUR / Eric Fecken)

Er heerst treurnies over het verlies van specialistische opleidingsmogelijkheden. Hoogopgeleide specialisten en generalisten zijn beiden nodig in een moderne economie. De vraag is wat de juiste verhouding is en welke student je wilt opleiden tot specialist dan wel generalist, aldus Ivo Arnold.

Dit artikel is geschreven door Ivo Arnold en oorspronkelijk geplaatst op zijn blog op 18 maart 2014.

Het voornemen van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam om uit efficiëntieoverwegingen haar bacheloropleidingen te hervormen houdt de gemoederen bezig. Het meest omstreden is de voorgenomen omvorming van een aantal afzonderlijke disciplinaire bacheloropleidingen naar een brede liberal arts bachelor naar Amerikaans model.

Treurnis overheerst over het verlies van specialistische opleidingsmogelijkheden. Een enkeling brengt daar tegenin dat het gros van de studenten later geen specialistische functie gaat uitoefenen. Een bredere academische vorming zou geschikter zijn voor deze groep. Als de discussie echter op dit niveau blijft, komen we er niet uit. Hoogopgeleide specialisten en generalisten zijn beiden nodig in een moderne economie. De vraag is wat de juiste verhouding is en welke student je wilt opleiden tot specialist dan wel generalist.

De wet van het comparatieve voordeel

Mijn inschatting is dat er meer generalisten dan specialisten nodig zijn (zeker in de alfa en gamma wetenschappen; bij de beta wetenschappen kan dat anders liggen) en dat je bij voorkeur de excellente studenten moet willen opleiden tot specialist. Natuurlijk kunnen deze ook excelleren in generalistische functies, maar het omgekeerde is problematisch. Ik wil in ieder geval liever niet worden geopereerd door iemand die zesjes haalde tijdens zijn opleiding geneeskunde. De voorkeursinzet van excellente studenten in specialistische opleidingen is een toepassing van wat economen de wet van het comparatieve voordeel noemen. Over deze uitgangspunten valt natuurlijk te twisten, maar laten we eens kijken wat ze impliceren voor het opleidingenlandschap in Nederland.

Van oudsher zijn onze universitaire opleidingen disciplinair ingericht. In de loop der tijd hebben de groeiende studentenaantallen en de uitbreidingsdrift van universiteiten een situatie geschapen waarin de meeste disciplines op een heleboel plekken in Nederland worden aangeboden. In 1913 kon je maar op één plek in Nederland economie studeren, nu bijna overal. Voor massale studies als economie of bedrijfskunde is de spoeling op de meeste plekken nog wel dik genoeg, maar voor andere disciplines ligt dat anders. De situatie aan de UvA laat zien dat in de geesteswetenschappen de versnippering in het opleidingenaanbod moeilijk is vol te houden. Een recentere trend is dat universiteiten veel geld steken in University Colleges, waar excellente studenten brede interdisciplinaire bacheloropleidingen volgen. Over de financiële situatie van deze prestigeprojecten horen we de universiteiten overigens nooit.

Disciplinaire bacheloronderwijs moet meer geconcentreerd

Kortom, we bieden nu een selecte groep van talentvolle studenten een brede bacheloropleiding aan via de University Colleges; de massa krijgt echter nog steeds het disciplinaire aanbod voorgeschoteld. Op basis van mijn uitgangspunten zou je precies het omgekeerde verwachten. Het zou beter zijn om juist de excellente studenten zich vroeg te laten specialiseren (zeker gezien de korte duur van het bachelor-master traject in Nederland) en juist de middelmaat te laten kiezen voor grotere brede bacheloropleidingen. Dit zou betekenen dat het disciplinaire bacheloronderwijs meer geconcentreerd moet worden om de versnippering van goede studenten (en docenten) tegen te gaan.

Dus minder aanbieders per discipline, waardoor de disciplinaire opleidingen financieel levensvatbaar kunnen zijn en een hoge kwaliteit kunnen bieden. De omvorming van noodlijdende disciplinaire bacheloropleidingen tot een brede bachelor aan de UvA is op zichzelf dan ook geen ramp, zolang een goede student die dat wilt maar ergens in Nederland een disciplinaire topbachelor in Geschiedenis or Frans kan gaan doen. Goede studenten zouden immers voor de inhoud moeten gaan, niet voor de grachten of de gezelligheid.

Over Ivo Arnold
Ivo ArnoldIvo Arnold is met meer dan 25 jaar ervaring in het academische veld een actieve blogger en graag geziene spreker in de media. Op dit moment werkt hij als programmadirecteur en vice-decaan voor de Erasmus School of Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op zijn blog deelt hij zijn expertise en opinie op het gebied van economie en onderwijs.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s