In hoeverre is de onderwijspraktijk ‘evidence based’?

ORD2016Foto: Klari Janne Polder

Onderwijskundige dr. Klari Janne Polder bezocht de Onderwijs Research Dagen (ORD) die plaatsvonden van 25 t/m 27 mei 2016 op de Erasmus Universiteit Rotterdam. Onderstaand vindt u haar verslag van de ORD 2016.

Samenvatting

De Onderwijsresearchdagen leveren jaarlijks nieuwe kennis op, ook over het hoger onderwijs. Die kennis is echter versnipperd en vergt jaar op jaar bundeling van inzichten. Aan de ORD in 2016 hebben we vooral de volgende uitdagingen voor het hoger onderwijs overgehouden:

  • Welke kennis is al beschikbaar over wat werkt in het Nederlandse hoger onderwijs?
  • Hoe kunnen we docenten professionaliseren, in het bijzonder het onderzoekend vermogen van docenten aan hogescholen?
  • Hoe positioneren we onderzoek in het curriculum voor studenten: een curriculum met onderzoek als onderdeel van vakken, uitsluitend als afstudeeronderzoek aan het einde van de opleiding, of nog anders? (bij de academische pabo speelt deze vraag op het niveau van een samenwerkingsverband). Hoe zorgen we ervoor dat visies op onderzoek in het curriculum daadwerkelijk in de onderwijspraktijk worden ingevoerd?
  • Hoe beslechten wij de drempels in de doorstroom van mbo/havo naar hbo en van vwo naar wo?
  • Hoe zetten we praktijkgericht onderzoek gedegen op zodat onderwijsinstellingen wijzer worden van de effecten van hun curriculumwijzigingen? Leiden curriculumwijzigingen wel echt tot meer studiesucces?

In veel steden hapert het onderwijs als “roltrap”

Prof. dr. Geert ten Dam (per 1 juni voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam) ging in haar keynote in op de bijdrage die onderwijsonderzoek kan leveren aan de stad en haar burgers. Grote steden hebben sterk onderwijs nodig. Alle leerlingen moeten kunnen profiteren van het onderwijs. In veel steden hapert echter “de roltrap”; d.w.z. onderwijs als belangrijke emancipatiemotor.
De school heeft er burgerschapsvorming als wettelijk taak bij gekregen. Competenties zijn bijvoorbeeld meedoen in een pluriforme samenleving en respect voor andermans recht op burgerschap. Volgens de ‘Civic and Citizenship Education Study’ (ICCS) scoort Nederland slecht op onder andere burgerschapskennis en bereidheid tot politieke participatie. Scholen en docenten kunnen hier meer aan doen.
Goed onderwijs vaart wel bij een vitale ‘kennisketen’. In de kennisketen moeten meer incentives voor onderzoek komen om met de praktijk aan de slag te gaan. Als we als onderwijskundigen het verschil willen maken dan moet de studie volgens Ten Dam:

  • interdisciplinair zijn;
  • stevig empirisch onderzoek naast een normatieve discussie bieden; en
  • aansluiten bij vragen en dilemma’s uit de onderwijspraktijk.

Professionalisering van docenten

Mw. Montserrat Gomendio gaf in haar keynote een toelichting op de publicatie van de OECD (mei 2016) Review of National Policies for Education: The Netherlands.
Het Nederlandse systeem kent een sterk beroepsonderwijs dat tot een hoog niveau van arbeidsparticipatie voor 20-24 jarigen leidt. Maar er zijn volgens de OECD eerste tekenen dat het minder gaat, temeer omdat andere landen sneller verbeteren, bijvoorbeeld ten aanzien van de “high skills” die de arbeidsmarkt nodig heeft. “Are The Netherlands selecting topgraduates in the teaching force?” Een aanbeveling is om de bekwaamheid van docenten te versterken.

A. EMPIRISCH ONDERZOEK AAN HOGESCHOLEN

Opleiders met onderzoekend vermogen
Docenten met onderzoekend vermogen gaan adequater om met praktijkvraagstukken, zo luidt de veronderstelling. Hoe leidt het hbo op tot ‘reflective practitioners’?
Volgens dr. Niek van den Berg (Stoas Wageningen, Vilentum Hogeschool) bevordert samenwerking tussen onderzoekers en docenten het transdisciplinaire vermogen, de academische leraar wordt een ‘boundary crosser’.
Wat betekent dit voor de positionering van onderzoek in het curriculum? Lidewij van Katwijk e.a. (Stenden Hogeschool) onderzocht curricula van 20 pabo’s en vijf tweedegraadslerarenopleidingen. Resultaten wijzen erop dat de aspecten ‘bestaande onderzoeksresultaten toepassen’ en ‘zelf onderzoek doen’ bij deze lerarenopleidingen al ver in ontwikkeling zijn. Het aspect ‘onderzoekende houding’ staat bij de meeste opleidingen wel centraal in de visie, maar de mate van implementatie hiervan in de onderzoeksleerlijn voor studenten verschilt sterk.
Jan Baan (promovendus Universiteit van Amsterdam) toonde met een meervoudige variantieanalyse op enquêtegegevens van 260 studenten aan dat er significant verschillen zijn tussen studenten van academische en die van reguliere pabo’s. De academisch opgeleide studenten hebben in vergelijking met reguliere studenten een kritischer houding en zijn gemotiveerder om onderzoek te doen. In het academische curriculum is meer structurele aandacht voor onderzoek. De academische opleidingsscholen proberen met praktijkonderzoek door leraren de professionele ontwikkeling en de schoolontwikkeling dichter bij elkaar te brengen. Uit een onderzoek onder alle 33 AOS-en in Nederland (respons 29) van dr. Anje Ros e.a. (Fontys Hogescholen) blijkt dat kennisdeling bijdraagt aan schoolontwikkeling.

Toegankelijkheid van het hoger beroepsonderwijs
Dr. Susanne Rijken e.a. (Inspectie van het Onderwijs) analyseerde de doorstroom van mbo en havo naar hbo. Mbo-ers vallen vaker uit, maar switchen minder vaak van opleiding dan havisten. En ze hebben na vijf jaar naar verhouding evenveel kans op een diploma. Zij onderzocht of:

  • de kans op instroom in selecterende hbo-opleidingen voor mbo-ers (gecontroleerd voor achtergrondkenmerken) kleiner is dan voor havisten;
  • mbo-ers in selecterende opleidingen succesvoller zijn dan havisten.

De eerste hypothese werd verworpen, maar decentrale selectie (vanaf 2017 vervalt de loting) kan wel nadeliger voor mbo-ers uitpakken. Na de selectie aan de poort vallen mbo-ers niet minder vaak uit dan havisten, maar havisten switchen wel minder vaak en dat is positief te duiden.
Jules Warps (ResearchNed) deed uitspraken op basis van de ‘Startmonitor’. Achteraf zeggen mbo-ers vaker dat ze een goed beeld hadden van de opleiding, ook al doen ze minder mee aan proefstuderen. Uitvallende mbo-ers vinden de studie meestal te zwaar. Dat geldt zowel voor fixus als niet-fixus opleidingen. Fixus-opleidingen ontvangen minder eerstegeneratiestudenten.
De vraag die momenteel nog niet definitief te beantwoorden is: wat zijn de effecten van het sociaal leenstelsel op de doorstroom mbo/havo naar hbo. Worden er onnodig drempels opgeworpen? Voorlopige gegevens hierover kwamen van Maya van der Eerden e.a. (Dienst Uitvoering Onderwijs).

B. EMPIRISCH ONDERZOEK AAN UNIVERSITEITEN

Curriculumwijzigingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Dit symposium stond in het teken van promotieonderzoeken naar twee curriculumwijzigingen:

  • het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO) in vergelijking met een traditionele onderwijsmethode;
  • het compensatoire toetsingssysteem Nominaal is Normaal (N=N) waarin studenten alle 60 studiepunten moeten behalen.

Discussieleider dr. Guus Smeets van de opleiding Psychologie benadrukte dat het van belang is de kwaliteit van het onderwijssysteem ‘evidence based’ te onderbouwen. Het CvB van de EUR investeert hiertoe een fors deel van de middelen in empirisch onderzoek.

Het eerste onderzoek van Marit Wijnen e.a. betrof de invloed van PGO op de motivatie van studenten. Rechtenstudenten die PGO volgden werden vergeleken met niet PGO-rechtenstudenten op zelfgerapporteerde motivatie, gevoelens van autonomie, competentie en verbondenheid. Kwantitatieve resultaten lieten geen verschillen zien, behalve een hogere score op verbondenheid van PGO-studenten. Uit focusgroepen met PGO-studenten bleek dat bepaalde aspecten als ‘gecontroleerd’ (zoals de aanwezigheidsplicht) worden ervaren en dat werken in kleine groepen aan een gevoel van verbondenheid bijdraagt. Dat PGO autonomie bevordert, kon niet worden bevestigd; wel dat PGO verbondenheid lijkt te stimuleren door de realistische problemen en de kleinschaligheid.

Het tweede onderzoek van Rob Kickert e.a. ging in op het vernieuwde compensatoire toetsingssysteem aan de EUR. Het theoretische model enigszins vereenvoudigd weergegeven:

logo
Het cijfergemiddelde van 291 onderzochte eerstejaars geneeskundestudenten bleek significant hoger onder het nieuwe toetsingssysteem in vergelijking met het oude. Hoge participatie bleek direct samen te hangen met hogere cijfergemiddeldes. Daarnaast bleken sterke motivatie, diepe leerstrategieën en goed resource management alle drie gerelateerd aan hogere participatie, en dus indirect gerelateerd aan een hoger cijfergemiddelde. De directe relatie tussen leerstrategieën en cijfergemiddelde was evenwel negatief.

Het derde onderzoek van Iris Yocarini e.a. had betrekking op de accuraatheid van de beslissing over een bindend studieadvies aan de bacheloropleiding Psychologie. Simulaties tonen aan dat de accuraatheid van de beslissing afhangt van twee aspecten en hun combinatie:

  • het conjunctieve (het geëiste minimale cijfer voor iedere toets); en
  • het compensatoire (het geëiste cijfergemiddelde).

Daarnaast hangt de accuraatheid af van met name het aantal toetsen dat herkanst mag worden. Compensatoir toetsen leidt op zich tot meer studenten die ten onrechte worden doorgelaten en de opleiding niet met succes zullen afronden. Deze “fout-positieven” wil de opleiding tegengaan door beperking van het aantal herkansingen. Vooral het bepalen van een goede ondergrens (het minimale cijfer) blijkt cruciaal.

Sites met meer informatie over het evalueren van curriculumwijzigingen en professionalisering van docenten in het hoger onderwijs:
Programma Onderwijsresearchdagen 2016
OECD (25 mei 2016). The Netherlands 2016: Foundations for the Future, Review of National Policies for Education. Paris: OECD Publishing
Systeembrede analyse van de universitaire lerarenopleidingen (NVAO, maart 2016)

Kijk voor meer informatie over dr. Klari Janne Polder op haar website.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s